Coen de Ruiter in gesprek met Marjan Minnesma

Ambitieuzer beleid én goede voordelen delen: de komende tien jaar spant het erom

In het eerste deel van haar verhaal, ongeveer een derde, benadrukt ze altijd de urgentie. Dan volgt twee derde deel oplossing. Deze stelregel hanteert Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, de organisatie voor innovatie en duurzaamheid, als ze met anderen in gesprek gaat over het klimaatprobleem. Dat belooft wat voor Greenchoice directeur Coen de Ruiter, die haar bevraagt over de vergroening van zakelijk Nederland.

Dit is 1 van 11 verhalen uit het Greenchoice eBook "Hoe verduurzaamt Zakelijk Nederland?"

Download het e-book hier

Coen de Ruiter ontmoette Marjan Minnesma één keer eerder, tien jaar geleden. Toen pakte ze zijn autosleutels af. De Ruiter was destijds directeur van Apenheul en deed mee aan Urgenda’s actie Low Car Diet, om een maand lang zonder auto te leven. Nu treffen de twee elkaar weer, kort nadat bekend werd dat Nederland tussentijdse klimaatdoelen in 2021 niet haalde, waar dat in coronajaar 2020 nog wel lukte.

“Dat was per ongeluk hoor. Zeker niet door overheidsingrijpen”, benadrukt de directeur van Urgenda. De stichting en dus ook boegbeeld Marjan Minnesma verwierven grote bekendheid door de in 2015 gewonnen rechtszaak tegen de staat, om af te dwingen meer te doen tegen klimaatverandering. “Door die rechtszaak denken mensen dat Urgenda een klimaatactivistische protestclub is. Maar wij zijn geen klimaatactivisten. Urgenda is vooral bezig met oplossingen, met duurzaam ondernemen.”

Coen de Ruiter: Waar vind je dat we staan op het gebied van duurzaam ondernemen?

Minnesma: “Het is dit jaar dertig jaar geleden dat het eerste internationale klimaatverdrag is ondertekend. Maar ik vind dat we in al die jaren niet veel zijn opgeschoten. Wereldwijd is de uitstoot almaar opgelopen en de biodiversiteit afgenomen. Wij kunnen als menselijke soort niet erg trots zijn op onszelf.”

Om de urgentie van het klimaatprobleem dikker te onderstrepen gaat ze verder: “Als je ziet hoe hard de volumes ijs op de noord- en zuidpool afnemen en de zeespiegel in het worst case scenario steeds verder en sneller stijgt, dan zou dat ons toch in dit laaggelegen land zorgen moeten baren. Maar gek genoeg doet het dat helemaal niet. Als we onszelf in een tijdmachine vooruit zouden schieten en terugkijken, dan móéten we toch denken: waarom hebben we niet harder ons best gedaan? Mijn hemel, we wisten het en we bleven maar aanmodderen.”

Coen de Ruiter: Hoe komt het dat we het dan niet doen?

“Ik denk toch, in alle eerlijkheid, dat mensen niet écht weten hoe erg het is gesteld. Daarom begin ik lezingen en gesprekken ook vaak met die urgentie. En ja, daar word je licht depressief van, maar het leidt hopelijk wel tot het idee: ik moet meer doen. De komende tien jaar spant het erom.”

Minnesma is van de grote getallen. En dus ook van de grote industriëlen. Logisch, het doel van Nederland is 55% minder CO2-uitstoot in 2030. Dat betekent 66 megaton in acht jaar. Bijna de helft van de uitstoot wordt veroorzaakt door de industrie: staalindustrie, de chemische industrie en de producenten van kunstmest. Daar zou het overheidsbeleid zich in eerste instantie op moeten richten, want, zo stelt ze: “Grote stappen, snel thuis.” Volgens Minnesma weten die bedrijven ook wel dat er meer nodig is dan ‘een beetje hier en een beetje daar reduceren’. “Het moet echt anders.” De chemische industrie moet over naar een andere manier van kraken, elektrisch in plaats van fossiel. Er zijn grote windparken op zee nodig. En die komen er, gelukkig. Net als een grote pijplijn voor waterstof. Van de staalproductie vindt Minnesma dat we ons moeten afvragen of we überhaupt wel een staalfabriek willen hebben, als je gezondheid op één zet.

Voor het midden- en kleinbedrijf is het een heel ander verhaal. “Die hebben het zo druk”, weet de directeur van Urgenda, “om het hoofd boven water te houden, zeker door corona. Veel bedrijven hebben helemaal geen tijd en geld om extra te investeren in duurzaamheid.”

Coen de Ruiter: Ik heb zelf de indruk dat het besef begint te komen dat het anders moet. De kracht van consumenten, van individuele burgers eigenlijk, zul je moeten gebruiken om de beweging in gang te zetten. Ik merk dat bedrijven steeds meer inzien dat hun klanten wat anders verlangen. Hoe denk jij daarover?

“Dat gaat ‘m niet worden. Zeker niet als we binnen tien jaar naar nul uitstoot moeten. Dat gaat niet via klanten. Een consument gaat voor het goedkope, niet voor het meest duurzame, al zou ik graag willen dat het anders was. Ik heb ook kinderen van rond de twintig met wie ik discussies heb: waarom gaan jullie naar Malaga vliegen? Tja, met de trein is het vijf keer duurder mam, zeggen ze dan. Er is maar een klein groepje dat het zich kan veroorloven om voor het meest duurzame te gaan. Ik werk met koplopers, al meer dan dertig jaar, maar het schiet niet op met alleen koplopers. Of met de hoop dat consumenten snel verduurzamen.”

De directeur van Urgenda ziet daarom meer in ambitieuzer beleid. Heel simpel: dingen die niet mogen, duurder maken. En dingen die moeten, stimuleren met subsidies en garantstellingen of afdwingen met regels. Dat verklaart haar rechtszaak tegen de staat. Er is ondersteuning nodig voor de hele grote groep die op dit moment niet kan investeren in de energietransitie, vindt Minnesma. Waarmee ze overigens niet wil zeggen dat het stimuleren van ondernemers verspilde moeite is, integendeel. “De transitie naar een duurzame samenleving moet in zo’n hoog tempo, het moet en-en-en.”

Coen de Ruiter: Als Greenchoice proberen wij bedrijven mee te nemen in ons verhaal over duurzame energie. Wat wil je ondernemers meegeven?

Resoluut: “Dat de overstap naar duurzaam ondernemen helemaal niet duurder hoeft te zijn. Het is alleen de investering die je moet doen. Een elektrische auto heb je binnen acht jaar terugverdiend. Een elektromotor vaak al binnen twee jaar. Kijk naar waar je de grootste winst kunt behalen. Alles wat draait, pompt en beweegt heeft een motor. Dat is vaak een groot deel van de uitstoot. Elektrificeer die en je maakt een grote klapper.”

En, ontzettend makkelijk, maar wél nodig als je de wereld leefbaar wilt houden voor de mensen die na 2050 ook nog leven, stelt Marjan Minnesma: “Serveer geen vlees meer in je kantine. Even wennen misschien, geen kroket bij de lunch, maar het is echt te doen. En koop je energie groen in. En van eigen bodem. Dan doe je echt wat voor de volgende generatie. Ik heb niet zo veel met al die afkoopprojecten.”

Coen de Ruiter: Dat is gelukkig altijd de kern van ons bedrijf geweest. Om me heen zie ik ondernemers die steeds bewuster bezig zijn met hun maatschappelijke rol. Maar bij directie zie ik een heel andere motivatie dan bij mensen op de werkvloer. Directie maakt modellen over impact, maar dat is vaak abstract, bij mensen op de werkvloer ontstaan de creatieve en duurzame oplossingen juist als er echt problemen worden gevoeld of ervaren. Moeten ondernemers die urgentie nadrukkelijker en tastbaarder binnen hun bedrijf kenbaar maken?

“Zeker, dat vind ik ook. Daarom is het zo leuk om bij bedrijven ons verhaal te vertellen en dan samen na te denken over wat we kunnen doen. Heel veel mensen worden getriggerd. Ik zie ook dat het barst van de oplossingen, van bedrijven die inzien dat we niet op de goede weg zitten.”

Coen de Ruiter: Dus het delen van goede voorbeelden heeft zin?

“Mij verbaast het iedere keer dat er eerst één schaap over de dam moet gaan. Maar dan kan het hard gaan. Urgenda begon in 2008 met het kopen van elektrische auto’s, en in 2010 met de collectieve inkoop van zonnepanelen. Ik vond het allemaal heel logisch, maar niemand deed het nog. Koplopende bedrijven laten vertellen over wat ze doen, hoe ze dat doen en wat voor lol ze eruit halen, helpt om andere bedrijven mee te krijgen.”

Over het gevaar van greenwashing zegt Marjan Minnesma: “Iedereen die echt iets doet, grondstoffen bespaart of uitstoot reduceert, is goed bezig. Er kan best nog een deel van je bedrijf zijn dat niet oké is, dat maakt het nog niet meteen greenwashing. Je maakt serieuze stappen, daar gaat het om. En dat het stapsgewijs gaat en soms met hinkstapsprong is allemaal oké.”

Coen de Ruiter: Marjan, wat vind je dat onze rol zou moeten zijn richting onze klanten? Energie is meestal maar een kleine portie van de kosten van een bedrijf. Maar toch: ik vind dat we aan de slag moeten om bedrijven te helpen hun energiegebruik terug te brengen. Er wordt nog zo veel verspild. Zie je daar een rol in voor energiebedrijven?

“Ik had verwacht dat er servicebureaus zouden ontstaan om bedrijven te ontzorgen in het reduceren van energie. Maar dat gebeurt nog nauwelijks. ESCO’s waren een belofte, maar het heeft geen vlucht genomen.” Minnesma ziet daarom zeker een rol weggelegd voor energiebedrijven, maar: “De boodschap moet wel een geloofwaardige zijn; een leverancier van energie die het energiegebruik wil verminderen?” Van Greenchoice zou ze het geloven, geeft Minnesma toe. “Maar dan zou je missie moeten zijn om het energiesysteem van Nederland te vergroenen.”

Coen de Ruiter: Op die koers zitten we. Wij willen ook echt minder gas leveren. Wij moeten net als andere bedrijven op zoek naar nieuwe businessmodellen, in ons geval om onze klanten verder te helpen in de energietransitie.

Spontaan beginnen De Ruiter en Minnesma te brainstormen over oplossingen en creatieve ideeën. Minnesma vindt vooral dat Greenchoice het leuk en uitdagend moet maken. “Organiseer een challenge tussen verschillende klantsectoren. Of nodig directeuren uit voor een CEO-ontbijt en zet een ambitieus doel: gebouwen binnen tien jaar naar nul uitstoot.” Een ander idee; geef korting als bedrijven stroom zelf opwekken. Als ze nog een half uur hebben, verzinnen ze nog tien goede ideeën, concluderen ze. “Je hebt goede sleutels in handen, Coen”, aldus de directeur van Urgenda.

Coen de Ruiter: Tot nu toe is Greenchoice er altijd geweest voor de klanten die al heel welwillend en groen georiënteerd zijn. Maar we verwelkomen ook steeds vaker klanten die duurzaamheid niet als ultieme drijfveer hebben, maar wel willen veranderen. Daar willen we ons nog veel meer op gaan richten. Die willen we helpen.

“Dat doe ik ook het liefst. Ik hoef niet per se mijn verhaal te vertellen voor een stel duurzaamheidsmanagers. Die weten het wel. Ik sta volgende week voor een ondernemersvereniging, waar men nog niet zo groen is. Naast het benadrukken van de urgentie en een ambitieus overheidsbeleid helpen dit soort verhalen bedrijven te inspireren en te overtuigen.”

Je las net 1 van 11 verhalen uit het Greenchoice eBook “Hoe verduurzaamt Zakelijk Nederland?”

Download het e-book hier

Deel dit bericht
Gepubliceerd op 27 apr, 2022
Bij Greenchoice kies je altijd voor écht groene stroom en bosgecompenseerd gas
Bekijk onze tarieven

Al meer dan 600.000 klanten gingen je voor!

Cookies voor goede energie! Wij maken gebruik van cookies (functionele, analytische en marketing cookies) en vergelijkbare technieken zodat onze website goed werkt en wij jou een optimale ervaring kunnen geven. Hiervoor vragen wij je toestemming. Verder delen we graag informatie over hoe wij met jouw privacy omgaan. Instellingen aanpassen

Ik accepteer cookies